You are hereJonge dieren in de natuur

Jonge dieren in de natuur


jonge dieren in de natuur 

 

 

 

Jonge dieren die schijnbaar hulpeloos in de natuur worden aangetroffen, worden in veruit de meeste gevallen wel degelijk door hun ouders verzorgd. Bijvoorbeeld jonge hazen of reeën brengen een groot deel van de dag alleen door, terwijl hun ouders een eindje verderop voedsel verzamelen. Het algemene advies is: Niet aankomen en met rust laten!

Jonge vogels

Veel jonge vogels, zoals merels, worden kaal en hulpeloos geboren. De eerste paar weken blijven ze in hun veilige nest. De volgende fase speelt zich af buiten dat veilige nest; ze zitten dan al aardig in de veren, maar kunnen nog niet vliegen.

 

Ze springen en fladderen wat rond en worden door de oudervogels verzorgd en zo goed mogelijk beschermd. Als er gevaar dreigt waarschuwen de oudervogels het jong met hun alarmkreten. Een kritieke periode voor deze vogeltjes, want het gevaar loert overal.

 

Het kost de centralisten van de dierenambulance vaak veel moeite mensen te overtuigen, dat het hier gaat om een natuurlijk proces, waarmee u zich zo weinig mogelijk zou moeten bemoeien. De uiteindelijke overlevingskansen in de natuur van de schijnbaar hulpbehoevende vogel nemen zeker niet toe door een vogel uit zijn omgeving te halen en verder met de hand groot te brengen.

 

De dreigende gevaren, zoals katten, zijn even van de baan, maar keren bij het terugplaatsen in de natuur in verhevigde mate terug. De vogel mist dan namelijk de onmisbare opleiding 'stads-survival' van zijn ouders. Alleen een vogel die van zijn ouders heeft leren omgaan met alle gevaren van de stad en de daar aanwezige voedselbronnen weet te vinden, heeft een redelijke kans volwassen te worden.

 

Jonge uilen, die al wel kunnen klimmen, maar nog niet vliegen, zitten soms overdag schijnbaar hulpeloos op een tak in het bos ('takkelingen'). Niets aan de hand; moederuil zit te genieten van haar dagrust, maar ze houdt haar kroost perfect in de gaten.

 

Jonge zoogdieren

 

Mocht u in het bos een reekalfje tegenkomen, dan is de moeder vrijwel altijd in de buurt. Niet aankomen, u voorzichtig terugtrekken en niet meer terugkomen. De moeder kan dan, als ze van de schrik bekomen is, verder gaan met het verzorgen van haar jong.

 

Jonge hazen worden al vroeg in het voorjaar geboren en zitten in het open veld te wachten op moederhaas, die ze één maal per etmaal komt voeden. Deze haasjes worden vaak aangezien voor verdwaalde konijntjes en worden meegenomen. Niet doen dus. Soms kan een meegenomen jong dier teruggeplaatst worden in de natuur. Bel in zo'n geval voor advies, om te voorkomen dat het diertje verstoten wordt.

 

Wanneer wel hulp nodig is

 

Omdat in de stad de beste plekjes vaak al bezet zijn, moeten eenden soms uitwijken naar de vreemdste plaatsen om te broeden. Zo kan er in een volledig afgesloten tuin, of op een balkon een eend zitten te broeden, zonder dat u het in de gaten hebt. Dit wordt een probleem als de jongen geboren worden en met moeder lopend naar het water willen.

 

Dan moeten we helpen, door de hele familie naar de dichtstbijzijnde vijver te evacueren. Om dezelfde reden maken konijnen soms een hol voor hun jongen op een onhandige plaats. In het weekend lijkt een bult zand van een aannemer of een zandbak op een schoolplein nog niet zo gek. Maar op maandag gaat het mis en heeft het konijn meestal geen tijd meer om haar jongen zelf te evacueren. In zo'n geval zit er vaak niets anders op, dan de jongen met de hand groot te brengen.

 

Hulp en advies

 

Het groot brengen van jonge dieren is specialistenwerk. Bij de meeste diersoorten is het uitzetten in de natuur het grootste probleem. Een met de hand groot gebracht dier mist de nodige vaardigheden om zich zelfstandig in de natuur te kunnen redden, die het van zijn ouders geleerd zou hebben. Dat uitzetten in de natuur is een absolute voorwaarde bij het groot brengen van elk dier, dat uit de natuur afkomstig is. In gevangenschap kunnen deze dieren zich niet ontplooien.

 

Levenslange opsluiting in voor zulke dieren een marteling. Vrijwel alle inheemse dieren die mensen hebben groot gebracht met de bedoeling er een ‘huisdier' van te maken, komen terecht in opvangcentra. Bovendien is het wettelijk verboden beschermde dieren in gevangenschap te houden.

 

Als de jonge dieren of vogels echt hulp nodig hebben
ze direckt naar een opvangcentrum te  brengen of laten
ophalen in plaats van zelf te experimenteren daar er
enige kennis verijst is voor het groot brengen en
verzorgen van de jonge dieren en vogels.